Colombia heeft de afschieting goedgekeurd van tot 80 nijlpaarden die afstammen van dieren die drugsbaron Pablo Escobar in de jaren 1980 importeerde. Minister van Milieu Irene Vélez maakte de beslissing maandag bekend, wat een koerswijziging betekent naar dodelijke populatiebeheersing na jaren van mislukte alternatieven.
We moeten deze maatregel nemen om onze ecosystemen te behouden
Irene Vélez, minister van Milieu — Al Jazeera
De nijlpaarden stammen af van vier dieren die Escobar naar zijn privé-dierentuin op de Hacienda Nápoles in het dal van de rivier de Magdalena bracht. Na de dood van de cocaïnekoning in 1993 ontsnapten de verlaten dieren en vermenigvuldigden zich snel in Colombia’s weelderige tropische omgeving.
Een studie uit 2022 van de Nationale Universiteit van Colombia schatte dat er nu ongeveer 170 nijlpaarden vrij rondlopen in het land. De dieren zijn meer dan 100 kilometer van hun oorspronkelijke locatie gespot, verspreid over het stroomgebied van de rivier de Magdalena.
Colombia blijft het enige land buiten Afrika met een wilde nijlpaardenpopulatie. De vier ton zware zoogdieren vormen een groeiende bedreiging voor lokale gemeenschappen en inheemse ecosystemen, omdat ze concurreren met endemische soorten zoals lamantijnen om voedsel en leefgebied.
Al Jazeera beschrijft het verhaal als een noodzakelijke milieubeslissing, terwijl de paradox van het toerisme en de historische context van Colombia’s gewelddadige verleden worden benadrukt. Het medium belicht dierenwelzijnsbezwaren en de controverse uit 2009, en presenteert de afschieting als onderdeel van Colombia’s bredere strijd met de complexe erfenis van Escobar.