De Servische politie en militaire eenheden ontdekten explosieven in de buurt van een cruciale gaspijpleiding die Russisch aardgas naar Hongarije transporteert. Dit leidde tot noodconsultaties tussen de leiders van beide landen op zondag.
De explosieven werden gevonden in rugzakken, enkele honderden meters verwijderd van de Balkan Stream-pijpleiding in Kanjiža, Noord-Servië. Servische president Aleksandar Vučić beschreef de ontdekking als apparaten met een "verwoestende kracht" en nam direct contact op met Hongaarse premier Viktor Orbán om hem op de hoogte te stellen van de eerste onderzoeksbevindingen.
Onze eenheden hebben een explosief met verwoestende kracht gevonden
Aleksandar Vučić, Servische president — Straits Times
De Balkan Stream-pijpleiding fungeert als een verlenging van het TurkStream-systeem en transporteert Russisch gas via de Balkan naar Centraal- en Oost-Europa. Servië importeert dagelijks ongeveer zes miljoen kubieke meter Russisch gas via deze infrastructuur tegen ruwweg de helft van de marktprijs, waardoor het land sterk afhankelijk is van deze energielevering.
Orbán reageerde op Vučić’ briefing door zondagmiddag een buitengewone defensieraad bijeen te roepen. De Hongaarse leider heeft recentelijk de veiligheidsmaatregelen rond energievital infrastructuur opgeschroefd, met name nu zijn land nadert tot cruciale verkiezingen op 12 april.
Euronews benadert dit als een Europees veiligheidsvraagstuk en plaatst het pijpleidingincident binnen bredere regionale energievulnerabiliteiten en bestaande geschillen tussen Hongarije en Oekraïne. Hun kader legt de nadruk op zorgen over de bescherming van infrastructuur, terwijl ze de binnenlandse politieke implicaties voor zowel Servië als Hongarije op een evenwichtige manier belichten.