Financiële ministers en gouverneurs van centrale banken uit de Groep van Zeven landen verklaarden donderdag dat het beperken van de economische gevolgen van het langdurige conflict in het Midden-Oosten een urgente prioriteit is geworden voor de mondiale economie.
De waarschuwing kwam naar voren tijdens besprekingen op de zijlijn van de voorjaarsbijeenkomsten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in Washington, waar G7-functionarissen voor het eerst sinds de oprichting van de groep in 1975 een gezamenlijke sessie hielden met financiële ministers, centrale bankiers en energiedeskundigen.
De oliemarkten zijn ernstig ontregeld sinds de militaire operaties van de VS en Israël tegen Iran op 28 februari begonnen. De dagelijkse tankerscheepvaart door de Straat van Hormuz – een knelpunt voor 20 procent van de wereldwijde olieleveranties – is gedaald van ongeveer 40 transits naar bijna nul.
Golfstaten hebben de productie met meer dan 11 miljoen vaten per dag verminderd als reactie op de verstoring van de scheepvaart. De prijs van Brent-olie steeg begin april boven de $95 per vat, wat een stijging van 47 procent betekent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, volgens gegevens van het Internationaal Energieagentschap (IEA).
De energiecrisis heeft geleid tot de grootste gecoördineerde vrijgave van strategische oliereserves uit de geschiedenis. Alle 32 lidstaten van het IEA hebben gezamenlijk 400 miljoen vaten op de markt gebracht – het grootste volume sinds de oprichting van het agentschap in 1974.
Infobae belicht het verhaal vanuit het perspectief van internationale coördinatie en benadrukt technische details over verstoringen in de oliemarkt en de vrijgave van strategische reserves. Hun berichtgeving weerspiegelt Argentinië’s positie als energie-importerend ontwikkelingsland dat zich zorgen maakt over de volatiliteit van wereldwijde grondstofprijzen en de gevolgen voor opkomende markten.